1 juli, 12:00

 

 

1 juli, 12:00 op het Spui te Amsterdam.

 

C.I.N.V.U [si aj en vi ju]. See I envy you. Zie, ik benijd jou! Kunnen jullie het zien!? Kunnen jullie mij verstaan?! [Megafoon)

Door een open oproep aan iedereen die zich geroepen voelt, staan we dan uiteindelijk hier met zijn allen bij elkaar. De oproep die door C.I.N.V.U werd gedaan, gaat over EENZAAMHEID. Hij is gericht aan de enkeling die het aangreep, om het vervolgens met iedereen te delen. Zij leverden een bijdrage aan dit kunstwerk en tijdschrift dat we vandaag, hier op dit plein mogen presenteren.

C.I.N.V.U (Zie, ik benijd jou!) lijkt een uitspraak van iemand die zich overgeeft aan de expertise, wellust, macht en toekomst van een ander. We weten niet wie die ander is, maar wel dat deze vraag aan ons is gericht. En dat is blijkbaar niet onopgemerkt gebleven. Het lijkt alsof we willen óf niet anders kunnen dan het toch te laten zien, al is het maar voor even en slechts door een aantal te aanschouwen. We lijken in staat het schier onmogelijke te doen. Eenzaamheid te delen.

Wat we hier zien (toont het tijdschrift) is een tijdschrift. Een tijdelijke vorm en houvast voor eenieder die zich erin herkent. Zij die eraan bijgedragen hebben, tonen de moed en urgentie om het aan ons toe te vertrouwen. En toch is dit lang niet voor iedereen waar eenzaamheid over gaat. Het is dan ook geen dikke hardcover, autobiografie of standaardwerk, waarin eenzaamheid voor altijd ligt besloten. Het is een tijdelijke en virtuele plek, waarin eenzaamheid zichzelf in zijn kortstondige gestalte kan laten zien.

Van het ene op het andere moment blikken we terug op het verleden, of kijken we vooruit naar de toekomst. Het lijkt dan ook meer op een handgeschreven brief, vermenigvuldigd en verbreid, waardoor we onmogelijk kunnen weten bij wie of wanneer hij aankomt Het is een tijdscapsule, een ontmoetingsplek. Iemand die dit jaar stilletjes 100 hoopt te worden heeft ons een uitnodiging gestuurd.

In totaal hebben 34 kunstenaars, schrijvers, activisten en musici bijgedragen aan dit 68 pagina’s tellende nummer. Ieder op hun eigen wijze. Eén ding waar we allemaal naar op zoek zijn. Ze spiegelen zich aan elkaar, gebruiken het tijdschrift op ongebruikelijke wijze, als journaal of liefdesbrief om in elkaar op te gaan. Terwijl anderen zichzelf te vondeling hebben gelegd. De veelvoud van het tijdschrift, zowel in pagina’s als in oplages, lijkt mensen over te halen om hun verlangens of verwachtingen niet langer vóór zich te houden. Slechts een enkeling trekt zich zelfs in de publiciteit van het tijdschrift terug, en lijkt zich gewonnen te geven, om vervolgens aan te kondigen een verandering in te luiden.

Kunnen we de dingen laten zoals ze zijn? Onder C.I.N.V.U is dat is de vraag op de ons door de cover van dit nummer wordt gesteld. De foto op de cover is een moment uit de Chinese opstand op het Plein van de Hemels Vrede in juli 1989, het jaar dat ik geboren ben. De vraag: ‘Kunnen we de dingen laten zoals ze zijn’ klonk daar uit de mond van zowel de demonstranten in hongerstaking als ook van de machthebbers. Na een hoop excuses te hebben gemaakt, gaven de machthebbers in antwoord op het protest te kennen dat zij te oud waren geworden, dat zij niets meer uitmaakten. Zij deden er niet meer toe. De vraag werd daardoor niet opgelost, maar keerde terug aan iedereen die er getuige van was.

De demonstranten die zich verzamelden op het plein keken vervolgens naar elkaar. Kunnen we dingen laten zoals zijn? Een vraag die inspeelt op ons onzeker verlangen en ook al kijken we naarstig om ons heen en zoeken we bevestiging, we zien dat het vooral onszelf aangaat. Rory Pilgrim (1988), die deze vraag meerdere keren herhaalde in zijn werk ‘Can we leave things as they are?’ geeft ons drie mogelijke antwoorden:

1. Ja, we kunnen dingen laten zoals ze zijn,

2. Nee, dat kunnen we niet en

3. We kunnen niet besluiten.

In het tijdschrift zal het u wellicht duidelijk waarom juist dat laatste antwoord uiteindelijk niet eens zo vreemd is.

Het gaat ons namelijk om de actualiteit. Dat is wat de machthebbers met de demonstranten verbindt. Ook al dreigden ze zich er beide aan over te geven. En dat is ook wat de lezers van dit blad verbindt met de makers. Maar ook hier en nu lijkt deze open vraag ‘wat eenzaamheid voor ons betekent’ niet unaniem te worden beantwoord. De actualiteit roept! Of we gaan er aan voorbij, maar is niet in staat om stil te blijven staan.

Zodoende zien we dit gedrukte tijdschrift, wat eens een monument leek te worden, niets anders zijn dan een bij elkaar geniet hoopje papier. Het tijdschrift verdwijnt in boekenkasten van leraren in tassen van jongeren in koffers van diplomaten en in de handen van kunstenaars. Maar juist die vluchtigheid stelt ons in staat om de vraag met elk nummer opnieuw te stellen; Te beginnen bij de mensen die hier vandaag bij aanwezig zijn. Het is de actualiteit waar we ons temidden van bevinden. Daardoor doen dit soort vragen zich telkens aan ons voor. Dat is waarom eenzaamheid niet iets is dat je af en toe ervaart, maar ons elke keer weer overvalt.

 

Analoog/digitaal

. Lezers van C.I.N.V.U worden eindelijk voor de keuze gesteld:

Koop C.I.N.V.U hier:

http://www.mottodistribution.com/shop/publishers/mer-paperkunsthalle/c-i-n-v-u-tijdschrift-over-eenzaamheid.html

OF 

Download de digitale versie hier:

CINVU online

Interview voor Kunstbeeld

Christian van der Kaap (1989) plaatste eind februari een oproep of kunstenaars wilden bijdragen aan zijn nieuwe tijdschrift over eenzaamheid. Op 1 juli 2012 om 12.00 presenteert hij de eerste editie van C.I.N.V.U bij Athenenaeum Nieuwscentrum in Amsterdam. Kunstbeeld sprak met hem over eenzame kunstenaars, tijdelijkheid en tijdschriften: “Eigenlijk gaan alle tijdschriften over eenzaamheid.”

Hoe spreek je de titel eigenlijk uit? Cinvu?

Je spreekt het uit als See I Envy You. Het lijkt een afkorting, maar het is een zin.

Wat heeft het benijden van iemand te maken met eenzaamheid?

In 2010 maakte ik al een werk met die titel en toen kwam ik er achter dat afgunst of jaloezie veel te maken heeft met eenzaamheid. Het gaat over wat jou anders maakt dan de ander.

Waarom wilde je over eenzaamheid juist een tijdschrift maken?

Ik vind het medium heel interessant, want eigenlijk gaan alle tijdschriften over eenzaamheid. Ik heb daar een interessant gesprek over gehad met Amie Dicke, een van de deelnemers die eerder met tijdschriften heeft gewerkt. Zij stelt dat als je een tijdschrift openslaat je geconfronteerd wordt met de kwetsbaarheid van je eigen verlangens. Je ziet bijvoorbeeld Gisele Bündchen in Vogue en denkt ‘hoe kan ik dit ooit bereiken’?  C.I.N.V.U is ook een reactie op wat je ziet in tijdschriften.

Ik zie niet alleen afgunst, maar juist ook werken over onderduiken of outcasts. Komen alle vormen van eenzaamheid aan bod?

Je ziet alleen het perspectief van kunstenaars, daar ben ik me bewust van. Maar eenzaamheid is natuurlijk niet alleen van kunstenaars, het is van iedereen. Maar als kunstenaar maak ik een tijdschrift en het is een tijdelijk medium. Ik had daardoor de vrijheid om een podium te bieden aan mensen die op dit moment bezig zijn met eenzaamheid, het hoefde geen standaardwerk te worden waarin alle soorten eenzaamheid aan bod komen. Het gaat om de resultaten van mijn oproep. Het volgende tijdschrift kan weer heel anders zijn.

Er komt dus een tweede nummer?

Ik vind dat het kunstwerk alleen succesvol kan zijn als er meerdere nummers komen. Ik ben ervan overtuigd dat eenzaamheid een tijdelijke conditie is. Die tijdelijkheid wil ik onderzoeken in een tijdschrift, dat immers ook tijdelijk is. Het tijdschrift reflecteert dus ook op zijn eigen vorm en daarmee is het ook in zijn geheel een kunstwerk.

Het hele tijdschrift is jouw kunstwerk, maar er staan ook teksten in van jou.

In deze eerste editie zit meer van mezelf dan ik van plan was. Ik heb een artikel geschreven over een werk van Rory Pilgrim getiteld Kunnen we de dingen laten zoals ze zijn?. Ik vroeg me af waarom die vraag nou zo’n gevoel van eenzaamheid oproept. In ieder tijdschrift zal de vraag gesteld worden aan een ander, in de volgende editie aan Suzanne Wallinga [voormalig directeur van <TAG>, red.].

Is eenzaamheid belangrijk voor kunstenaars?

Ik denk dat kunstenaars de eenzaamheid opzoeken, om een eigen taal te vinden. Als dan kunst gaat maken, probeer je met alle macht die eigen taal te spreken en hoop je dat andere mensen daarop reageren. Door het project heb ik mensen gevonden met wie ik het over eenzaamheid kan hebben. Dat had ik hiervoor niet. Maar het is niet zo dat je daardoor minder eenzaam wordt.

Komen er allemaal eenzame kunstenaars naar de lancering van het tijdschrift?

Er komen veel mensen die hebben bijgedragen aan het kunstwerk. Of ze ook echt eenzaam zijn weet ik niet, maar ze hebben gereageerd op mijn oproep. De vraag is of die oproep nog steeds geldig is. In de presentatie wil ik proberen invoelbaar te maken hoe al die eenzame mensen zich tot elkaar verhouden. Ik houd nog geheim hoe ik dat ga doen.

Sophia Zürcher-

 

Poster

De aankondigingsposter voor de presentatie op 1 juli is een handgeschreven brief van Yeb Wiersma, die geheel in de trant van het tijdschrift (5x) is vergroot en (5x) verbreidt.

Binnenkort te koop!

 

De omslag!

Persbericht

Het tijdschrift ligt op de pers, tijd voor een persbericht!

Je kunt hem lezen/downloaden/printen via deze link.

Zegt het voort!

Onderweg

Gister ontvingen we op de valreep nog een handgeschreven bijdrage voor de rubriek ‘uitnodiging / aankondiging’. De uitnodiging kwam van de oudste bewoner (99)

van Castrum Peregrini, een stichting/museum in een voormalig ‘safehouse’ dat ook na de oorlog voor generaties onaangetast bleef. Bewust leven met het verleden is dan ook een van de dingen die ze daar doen. Toch is er in het tijdschrift te zien dat ze ook wel eens heel voorzichtig vooruit durfen kijken.

Eenzaamheid in uitgeversland

Vandaag zou ik afreizen naar het Belgische Gent om mij in de mythische wereld van de uitgever te begeven. Ongeveer halverwege de rit vanuit Amsterdam stopte de trein en en reed vanaf toen nog slechts stapvoets door. Door alle vertraging kwam ik uiteindelijk niet in het walhalla terecht maar op een steen bij het monument net buiten het station. Daar ontmoette ik Aurelie Daems van MER Paperkunsthalle. De uitgever met wie ik een afspraak had. Ze zijn al sinds 1991 bezig en paper kunsthalle profileert zich als een expositieruimte voor de gedrukte media. Op diezelfde steen toonde ik op mijn laptop de dummy die maandag a.s. al bij de drukker een tijdschrift moet worden. Ze was erg nieuwsgierig en enthousiast maar toonde ook veel kennis van zaken aangezien ze zelf ook als hoofdredacteur bij een tijdschrift heeft gewerkt. Nu, een paar dagen voor de drukgang, komt er dus als bevestiging van de vorm van het tijdschrift de imprint Medium op het blad te staan. Dit zorgt er met name voor dat het tijdschrift bij de release op heel veel bijzondere plekken in binnen en buitenland te zien en te koop zal zijn!

Bekijk de website:

http://www.studiolucderycke.be/projects

Bijna Publiek!

Isabelle Andriessen

Voor de publieke presentatie van het tijdschrift werken we samen Isabelle Andriessen, die vanaf het begin af aan betrokken is geweest bij de idee-vorming en productie. Ze studeert aan de Rietveld in Amsterdam in het tweede jaar van de Beeldende Kunst afdeling en toont in haar werk een gegronde interesse in het tijdelijke, vergankelijke en het virtuele. Bekijk haar werk op: http://www.isabelleandriessen.nl/

Athenaeum Nieuwscentrum


Athenaeum Nieuwscentrum

C.I.N.V.U wordt op 1 juli gepresenteerd bij Athenaeum Nieuwscentrum (Spui), de tijdschriftenwinkel van Nederland! Het tijdschrift is daar echter al (in te de etalage) te zien en te koop vanaf 26 juni! Komt dat zien!

Proudly powered by WordPress
Theme: Esquire by Matthew Buchanan.